4.1 Functionele agrobiodiversiteit | BijenkennisNET
Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Dossier:

Bijenkennis

4.1 Functionele agrobiodiversiteit

Bloeiende akkerranden zijn een belangrijke aanvulling op de biodiversiteit in het agrarisch gebied. De bloeiende kruiden in deze randen zijn een belangrijke voedselbron voor insecten en de zaden van akkerkruiden zijn van bijzonder belang voor vogels als de patrijs, kwartel, veldleeuwerik, grauwe gors en geelgors. Naast voedselbron zijn akkerranden van grote waarde als dekking en foerageergebied voor zoogdieren en vogels.
Door een veelheid van soorten uit verschillende plantenfamilies zijn akkerranden ook van betekenis voor honingbijen. Hoewel de randen meestal niet specifiek worden aangelegd ten behoeve van de honingbij, biedt de variatie in de bloei(tijd) een aantrekkelijk foerageergebied. Dit kan een waardevolle aanvulling zijn naast de andere dracht.
 
Bloeiperiode
Langdurige aanwezigheid van bloeiende planten kan worden gerealiseerd door het zaaien van soorten met een lange bloeitijd of door het zaaien van veel verschillende soorten die gezamenlijk voor een onafgebroken bloeiperiode zorgen.
 
Aanleg en beheer
In het algemeen houden akkerranden van droogte en warmte. De aanleg van randen in de schaduw van opgaand bos is daarom af te raden. Afhankelijk van het mengsel kan vanaf begin maart tot half mei ingezaaid worden. Om de bloeitijden te vervroegen kan eventueel een deel in de herfst worden gezaaid. De benodigde hoeveelheid zaad per hectare is 20 à 25 kg.
Om akkerranden aan te leggen en te beheren moet een beheer gevoerd worden dat overeenkomt met het vroegere beheer. Akkerkruiden zijn lichtkiemers. De zaden moeten daarom aan de oppervlakte blijven. Om niet uit te drogen moeten de zaden na het zaaien stevig worden aangedrukt. Weersomstandigheden kunnen de opkomst van die zaden sterk beïnvloeden.
Om akkerkruiden in stand te houden is het goed om de bodem open te houden. In de praktijk kan dat gerealiseerd worden door na het maaien van de akkerkruiden de grond oppervlakkig met een eg te bewerken of ondiep te ploegen. Het is mogelijk de randen in het najaar of voorjaar te bewerken. Om de natuurwaarde van de rand zo groot mogelijk te maken is het wenselijk de opslag in de winter te laten staan. Zaadetende vogels en zoogdieren vinden in dergelijke akkerranden een welkome voedselbron en in overblijvende stengels kunnen insecten overwinteren.
 
Akkerranden – functionele agrobiodiversiteit
Een groot deel van de akkerranden in Nederland zijn zogenaamde FAB-randen. Deze randen zijn aangelegd met het doel de biodiversiteit op de akker te vergroten en zo natuurlijke vijanden (sluipwespen, zweefvliegen, loopkevers, spinnen, enz.) te stimuleren om op die manier er aan bij te dragen plagen in het hoofdgewas (granen of consumptieaardappelen) te onderdrukken. Deze mengsels zijn dus niet specifiek samengesteld op hun nut voor bijen. Dat neemt niet weg dat zij hiervoor een goede aanvulling zijn, omdat bloei wel een belangrijke factor is in de mengselkeuze.
 
Operation Pollinator
In 2013 stelde Syngenta voor 50 hectare aan bloemenzaad aan akkerbouwers en fruittelers in Nederland en België beschikbaar. Met deze bloemzaadmengsels kunnen biodiversiteitstimulerende stroken worden aangelegd om daarmee bijen en andere bestuivers te lokken. Ook in 2014 wordt hiervoor zaad beschikbaar gesteld. Geïnteresseerde akkerbouwers kunnen daarvoor contact opnemen met Syngenta.
 
Bijenranden
De Agrarische Natuurvereniging Oost Groningen (ANOG) heeft in het kader van het praktijknetwerk “Bijen op de Akkers’ een ideaal bijenmengsel samengesteld, speciaal gericht op de honingbij. Hierbij is uitgegaan van de volgende criteria:

  • Planten zijn aantrekkelijk voor honingbijen; frequentie bezoek honingbij is intensief
  • De bloemen hebben een groot nectar- en of stuifmeel-leverend vermogen
  • Bloei vindt zoveel mogelijk plaats in de kritieke periode in het voorjaar en de nazomer.

Het mengsel bestaat uit: boekweit, cosmea, dille, gele ganzenbloem, goudsbloem, witte honingklaver, klaproos, komkommerkruid/borage, luzerne, phacelia en wouw. Gelet op de vorstgevoeligheid van boekweit is het aan te raden dit mengsel na half mei te zaaien. Zie voor meer informatie: www.anog.nl/projecten/Bijen en_biodiversiteit op_de_akkers
In de factsheet ‘Bloeiende Akkerranden’ vindt u de informatie gebundeld.
In het project Bloeiend Bedrijf zijn al honderden boeren aan de slag met Functionele AgroBiodiversiteit (FAB). 
Het netwerk 'Voedsel en biodiversiteit - Bij en Akker' van Bijenkennisnet zoomt nog verder in op verbetering van de FAB voor de bij. Resultaten hiervan zullen in dit dossier opgenomen worden.
Een aantal mooie voorbeelden van FAB-randen is te zien op de website van stadsecoloog en bioloog Arie Koster. De bij en haar foerageergebied staan centraal voor Koster. Klik voor voorbeelden op akkerranden.
Ook op de website van Duurzaamheidlandbouw - biodiversiteit van het LEI - Wageningen UR vindt u veel informatie over FAB.

Is deze informatie waardevol voor u? - Deze functie is 'anoniem' en enkel gericht naar de dossier beheerder!