4.4 Kruiden in grasland | BijenkennisNET
Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Dossier:

Bijenkennis

4.4 Kruiden in grasland

Steeds meer veehouders zaaien kruiden in of stimuleren de kruiden in het grasland ten behoeve van het weidevogelbeheer of de gezondheid van de koeien. Ook voor bijen is het gunstig om gebruik te maken van de kruiden als drachtplant. De doeleinden weidevogelbeheer of de gezondheid van de koeien zijn verschillend. Het beheer van kruiden is gelijk.

  • In een gebied met weinig drachtplanten en weinig diversiteit aan drachtplanten kan sprake zijn van concurrentie tussen de honingbijen van de imker en sommige wilde bijen. De concurrentie vermindert bij een groter gebied en een grotere diversiteit aan drachtplanten. Daar kan een veehouder rekening mee houden.
  • Kruiden gedijen over het algemeen goed bij een extensief beheer. Dat betekent niet teveel bemesten en niet te intensief maaien of beweiden.
  • Ook speelt de vochthuishouding van een perceel een belangrijke rol. Op nattere percelen gedijen kruiden over het algemeen beter dan op drogere.
  • Door het oogsten en uitspreiden van zadenrijk maaisel of door het oogsten, dorsen en inzaaien van inheems zaad uit nabijgelegen soortenrijke graslanden wordt de ontwikkeling van kruidenrijk grasland versneld.
  • Over het algemeen bevatten kruiden meer mineralen dan gras. De hoogte van het mineralengehalte van kruiden hangt af van een aantal factoren. Hieronder volgen de meest belangrijke:
    Soort kruid: vooral cichorei is een interessante mineralenleverancier maar ook     smalle weegbree, paardenbloem, duizendblad en wilde peen zijn mineralenleveranciers.
    Stengel of blad: de gehaltes van de verschillende delen van de plant kunnen behoorlijk verschillen. Hierdoor verschillen de gehaltes van mineralen in kruiden ook tijdens de verschillende groeistadia van de plant en maakt het uit of de plant gemaaid (hele plant) of beweid (selectief begraasd) wordt.
    Aandeel kruiden: uiteindelijk bepaalt het percentage kruiden de mineralenaanvoer. Om tekorten te dekken in ruwvoerrijke rantsoenen is een aandeel van 40% kruiden wenselijk.

Gezondheid bevorderende effecten van kruiden
Nog niet zo lang geleden, namelijk maar twee generaties, bestonden zaadmengsels voor grassen doorgaans uit 10-20 soorten grassen en kruiden (Geerts en Verloop, 2007). Veel kruiden bevatten gezondheidsbevorderende stoffen zoals aucubine in smalle weegbree en tannine in rolklaver (Geerts en Verloop, 2007). Ook duizendblad, cichorei en paardenbloem zouden goed zijn voor de gezondheid van het vee. Daarnaast bevatten kruiden altijd een mengsel van stoffen die samen een brede werking hebben en bijdragen aan gezondheid en weerstand tegen ziekten (Veldgids ontwikkelen van kruidenrijk grasland, 2012).
Van een aantal kruiden zoals oregano en tijm en het extract allicine uit knoflook is de geneeskrachtige werking inmiddels wetenschappelijk bewezen, zij het alleen nog op laboratoriumniveau (Cappellen, 2011).
Kruiden bevatten aanzienlijke hoeveelheden mineralen, vitaminen of zogenaamde secundaire metabolieten (o.a. flavonoïden, saponinen, tannine). Dit zijn bestanddelen die direct betrokken zijn bij het bevorderen van gezondheid (Wagenaar, 2012). In het onderzoek ‘kruidenrijk grasland en de gezondheid van melkvee’ is een significant verband gevonden tussen antibioticagebruik op een melkveebedrijf en de kwaliteit van de weide gelet op de hoeveelheid aan kruiden. Verder onderzoek naar de gezondheidbevorderende werking van kruiden moet nog plaatsvinden.
 
Tips voor de ontwikkeling van kruidenrijk grasland (Bron: presentatie Beheer, productie en gebruik van Hein Korevaar en Rob Geerts) 
Bemesting:
• Positieve effecten van bekalking
• PK-bemesting (incl. N-binding door vlinderbloemigen)
• N-bemesting ca. 50 kg na eerste snede, voorkeur voor dierlijke mest
• Instandhoudingsbemesting voor dit type grasland is essentieel, met name op zandgrond bestaat  het risico op vervilting van de zode.
Beheer:
1e snede maaien (bloei/zaadvorming; ook aantrekkelijk voor weidevogels), daarna beweiden. Voorkom open zode (dus geen bemesting voor 1e snede), na de maaisnede dus beweiden: de gevarieerde samenstelling bevat soorten die snel open ruimte innemen; het herstelvermogen is groot. Bij een open zode bestaat er een risico op probleemonkruiden. Deze kunnen het beste direct pleksgewijs bestreden worden want volveldse bestrijding is niet mogelijk.
Voederwinning:
afzonderlijke balen; hooien; bij voordroogkuil: het gras niet te droog laten worden, kort snijden, anders slecht vast te rijden en schimmel bij lage voersnelheid.
De ideale samenstelling:
● 50-70% grassen: ruwvoerkwaliteit
● 10-30% vlinderbloemigen: N-binding, ruwvoerkwaliteit en -opname
● 10-20% kruiden - voederkruiden: mineralen, gezondheidsaspecten
Van belang is dat ‘onkruiden’ niet gaan domineren.
 
Nut en schade van spontaan opkomende kruiden
Kruiden die spontaan opkomen, passen over het algemeen bij de grondsoort en de omgeving waar ze groeien. Kruiden trekken altijd insecten aan en zijn daarmee nuttig voor de biodiversiteit.
 
Welke kruiden zijn geschikt als drachtplant?
Composieten, schermbloemen, kruisbloemen, vlinderbloemen en lipbloemen zijn voorbeelden van belangrijke plantenfamilies voor de bijen. En ook braam, centaurie, knoopkruid, klaver, klokjes, paardenbloem, rolklaver, slangenkruid, wilg en zandblauwtje zijn belangrijk voor bijen.
Bij een wat extensiever beheer, dat wil zeggen minder tot geen bemesting, later maaien en eventueel voorjaarsbeweiding, komen kruiden spontaan op in grasland. Er is dan sprake van een gevarieerd kruidenrijk grasland, karakteristiek voor het gebied. Het plantenbestand bestaat vooral uit soorten die veel minder algemeen zijn, met bijbehorende grote variatie aan dieren (vlinders, bijen, hommels, vogels, amfibieën, e.d.) (bron: Veldgids ontwikkelen van kruidenrijk grasland, 2012). De kruiden die hierin opkomen zijn nuttig voor bijen en andere insecten en leveren voor het grazende vee gezondheidsvoordelen op.
Sommige kruiden zijn giftig, maar die komen in de Nederlandse weiden nagenoeg niet voor (Wagenaar, 2012). Met name vingerhoedskruid en Jacobs kruiskruid worden genoemd als giftige kruiden die je beter kunt vermijden (Groot, 2011).
In de factsheets ‘Kruiden in grasland – einde aan de drachtwoestijn' en ‘Kruiden in grasland – gezondheidsvoordeel voor vee' leest u nog meer informatie.

Is deze informatie waardevol voor u? - Deze functie is 'anoniem' en enkel gericht naar de dossier beheerder!