Zandbijen in Nederland: kleine gravers met een grote rol Wie bij het

Zandbijen in Nederland: kleine gravers met een grote rol

Wie bij het woord ‘bij’ meteen denkt aan een honingbijenkast, mist een groot deel van de Nederlandse bijenwereld. Veel wilde bijen leven namelijk helemaal niet in een volk en produceren geen honing. Een van de grootste en meest veelzijdige groepen zijn de zandbijen. Je kunt ze aantreffen in natuurgebieden, bermen, parken en zelfs gewoon in de tuin.

Zandbijen behoren tot het geslacht Andrena. In Nederland komen tientallen verschillende soorten voor. Daarmee vormen zandbijen een belangrijk deel van onze wilde bijenfauna.

Wat is een zandbij?

De naam doet vermoeden dat zandbijen uitsluitend in zand leven. Dat klopt niet helemaal. Alle zandbijen maken hun nest in de bodem, maar afhankelijk van de soort kan dat behalve zandgrond ook leemachtige of andere relatief open grond zijn.

Veel soorten hebben wel een duidelijke voorkeur voor warme, droge plekken waar de bodem niet volledig is begroeid. Denk aan zandpaden, schrale bermen, open plekken in een gazon, taluds en zonnige randen langs bestrating.

Zandbijen verschillen behoorlijk van uiterlijk. Sommige soorten zijn klein en donker, terwijl andere juist opvallend roodbruin of grijs behaard zijn. De vrouwtjes hebben meestal goed ontwikkelde haren aan de poten waarmee ze stuifmeel verzamelen.

Een bij die onder de grond woont

Wie in het voorjaar ineens tientallen kleine gaatjes in het gazon, tussen tegels of langs een zandpad ziet, kan denken dat er een complete bijenkolonie is neergestreken. Toch leven de meeste zandbijen solitair.

Ieder vrouwtje maakt in principe haar eigen nest. Ze graaft een gang in de grond en legt daarin één of meerdere broedcellen aan. In iedere broedcel verzamelt ze een voorraad stuifmeel en nectar. Vervolgens legt ze er een ei bij en sluit de cel af.

De larve die uit het ei komt, heeft zo direct voldoende voedsel om zich verder te ontwikkelen.

Hoewel ieder vrouwtje haar eigen nest verzorgt, kunnen zandbijen dicht bij elkaar nestelen. Op een bijzonder geschikte plek liggen soms tientallen of zelfs honderden nestingangen naast elkaar. Zo lijkt het alsof er sprake is van één grote kolonie, terwijl iedere bij haar eigen huishouden runt.

Kunnen zandbijen steken?

Zandbijen zijn geen dieren waarvoor je bang hoeft te zijn. Ze verdedigen geen grote bijenkast met honing en hebben weinig reden om mensen lastig te vallen.

Mannetjes kunnen helemaal niet steken. Vrouwtjes beschikken wel over een angel, maar gebruiken deze vrijwel alleen wanneer ze ernstig worden bedreigd of vastgepakt.

Zie je in het voorjaar tientallen bijtjes laag boven een grasveld of zandplek vliegen? Dan zijn dit vaak mannetjes die op zoek zijn naar vrouwtjes. Het kan er druk uitzien, maar het gedrag is meestal volkomen ongevaarlijk.

Bekende zandbijen in Nederland

Omdat er zoveel verschillende soorten zandbijen voorkomen, is er niet één uiterlijk waaraan je alle zandbijen kunt herkennen. Toch zijn er enkele opvallende soorten die ook voor beginnende bijenliefhebbers interessant zijn.

Het vosje

Het vosje (Andrena fulva) behoort tot de opvallendste zandbijen. Vooral het vrouwtje is prachtig om te zien. Het borststuk en achterlijf zijn dicht roodbruin behaard, terwijl de onderzijde en poten donker zijn.

Het vosje is vooral in het voorjaar actief en wordt ook regelmatig in tuinen aangetroffen. Bloeiende fruitbomen, wilgen en andere voorjaarsbloemen zijn belangrijke voedselbronnen.

De grijze zandbij

De grijze zandbij (Andrena vaga) is eveneens een typische voorjaarsbij. De vrouwtjes zijn opvallend grijs behaard en kunnen op geschikte zandige plaatsen grote nestgroepen vormen.

Deze soort heeft een sterke band met wilgen. Wanneer de wilgen in het voorjaar beginnen te bloeien, verschijnen ook de grijze zandbijen.

De asbij

De asbij (Andrena cineraria) is relatief gemakkelijk te herkennen. Het vrouwtje heeft een lichtgrijs behaard borststuk met daartussen een opvallende zwarte band. Het achterlijf is donker en enigszins glanzend.

Ook deze soort is voornamelijk in het voorjaar actief. Paardenbloemen en wilgen behoren tot de planten waarop je haar kunt aantreffen.

Het roodgatje

Het roodgatje (Andrena haemorrhoa) is een zandbij die ook in dorpen en steden voorkomt. De Nederlandse naam verwijst naar de roodachtige beharing aan het uiteinde van het achterlijf van het vrouwtje.

Wie in het voorjaar goed naar de bloemen in de eigen tuin kijkt, heeft een redelijke kans deze soort tegen te komen.

Niet iedere zandbij lust dezelfde bloemen

Een bijzonder aspect van wilde bijen is dat niet iedere soort dezelfde bloemen gebruikt. Sommige zandbijen zijn vrij gemakkelijk en bezoeken allerlei verschillende plantensoorten. Andere soorten zijn juist sterk gespecialiseerd.

Een gespecialiseerde bij verzamelt haar stuifmeel bijvoorbeeld alleen van één plantensoort of van een kleine groep nauw verwante planten. Wanneer die bloemen uit een gebied verdwijnen, heeft de bij dus direct een probleem.

Daarom is alleen nestgelegenheid niet voldoende. Een goede leefomgeving voor zandbijen bestaat altijd uit een combinatie van geschikte bodem én voldoende voedselplanten.

Ook koekoeksbijen houden zandbijen in de gaten

Waar zandbijen voorkomen, kun je soms ook wespbijen tegenkomen. Deze wilde bijen uit het geslacht Nomada hebben vaak een opvallende geel-zwarte of roodachtige tekening en lijken daardoor een beetje op wespen.

Wespbijen worden ook wel koekoeksbijen genoemd. Ze bouwen namelijk zelf geen nest.

Het vrouwtje zoekt het nest van een andere wilde bij en legt daar haar ei. De larve van de koekoeksbij gebruikt vervolgens het voedsel dat de oorspronkelijke zandbij voor haar eigen nakomelingen had verzameld.

Dat klinkt misschien onaardig, maar het is een volkomen natuurlijk proces. Koekoeksbijen vormen al heel lang een onderdeel van het ecosysteem van wilde bijen.

Waarom kale grond juist waardevol kan zijn

In veel tuinen proberen we ieder stukje kale grond zo snel mogelijk te bedekken met gras, bodembedekkers, grind of bestrating. Voor zandbijen kan een klein open stukje grond juist bijzonder waardevol zijn.

Veel Nederlandse wilde bijen nestelen in de bodem. Een klassiek bijenhotel helpt deze soorten daarom niet. Zo’n hotel is vooral geschikt voor soorten die gebruikmaken van holle stengels, gaten in hout of andere bovengrondse nestplaatsen.

Voor zandbijen zijn vooral zonnige plaatsen interessant waar de bodem niet voortdurend wordt omgespit.

  • Een zonnig zandig hoekje in de tuin
  • Open plekjes tussen planten
  • Een kleine zuidgerichte helling
  • Een weinig gebruikt stuk gazon
  • Zandige randen langs een tuinpad
  • Open voegen of plekjes tussen bestrating

Een tuin hoeft dus niet overal dichtbegroeid en perfect aangeharkt te zijn. Een klein kaal stukje grond kan voor wilde bijen veel waardevoller zijn dan je op het eerste gezicht zou denken.

Zo help je zandbijen in je eigen tuin

Wie zandbijen wil helpen, hoeft geen ingewikkelde constructies te bouwen. Met enkele eenvoudige keuzes kun je al veel bereiken.

  • Laat op een zonnige plek een stukje bodem open.
  • Spit bekende nestplaatsen niet om.
  • Zorg voor bloemen van het vroege voorjaar tot in de zomer.
  • Laat paardenbloemen en andere wilde bloemen waar mogelijk staan.
  • Plant vroegbloeiende struiken en bomen.
  • Gebruik geen insecticiden op of rond bloeiende planten.
  • Laat rustige hoekjes van de tuin wat minder netjes.

Vooral het aanbod van bloemen in het vroege voorjaar is belangrijk. Sommige zandbijen verschijnen al wanneer het buiten nog behoorlijk fris is. Op dat moment zijn er nog maar weinig planten in bloei.

Wat te doen met zandbijen in het gazon?

Vooral in het voorjaar worden soms tientallen nestgaatjes in gazons aangetroffen. Rond iedere opening kan een klein hoopje uitgegraven aarde liggen.

Dit ziet er misschien opvallend uit, maar in de meeste gevallen is ingrijpen niet nodig. De volwassen bijen zijn slechts gedurende een beperkte periode bijzonder actief en veroorzaken normaal gesproken geen schade aan het gazon.

Probeer de nestplaatsen daarom gewoon met rust te laten. Maai indien mogelijk iets minder vaak op de plek waar de bijen actief zijn en vermijd intensief betreden zolang de nesten worden gebruikt.

Na de vliegperiode wordt het vanzelf weer rustiger.

Hoe herken je een zandbijennest?

Een zandbijennest lijkt vaak op een klein rond gaatje in de grond. Rond de opening ligt soms een miniscuul hoopje losse aarde. Het lijkt een beetje op een heel kleine molshoop.

Let vooral op zonnige dagen. Wanneer je rustig bij zo’n opening blijft kijken, kun je een vrouwtje zien vertrekken of juist thuiskomen met stuifmeel aan haar poten.

Dat is meteen een goede manier om vast te stellen dat je daadwerkelijk met een bijennest te maken hebt.

Een verborgen wereld onder onze voeten

Zandbijen zijn gemakkelijk over het hoofd te zien. Ze hebben geen grote nesten boven de grond en vliegen vaak maar gedurende een beperkt deel van het jaar. Toch vormen ze een belangrijk onderdeel van de Nederlandse natuur.

Wie in maart, april of mei eens goed kijkt naar een zonnige berm, een open zandpad of het eigen gazon, ontdekt misschien kleine hoopjes aarde met een rond gaatje in het midden.

Blijf daar eens een paar minuten bij staan.

Grote kans dat er ineens een zandbij uit de grond verschijnt, wegvliegt richting de bloemen en later met stuifmeel aan haar poten terugkeert. Onder dat ene kleine gaatje bevindt zich een compleet nest waarin de volgende generatie wilde bijen wordt grootgebracht.

Juist dat maakt zandbijen zo fascinerend: vlak onder onze voeten bevindt zich een wereld die we meestal niet eens opmerken.

Scroll naar boven